Door: Niels van Houtum

Duurzaam ondernemen is hot. Het gaat vaak hand in hand met hippe begrippen als ‘circulaire economie’, ‘community’, ‘sharing’ en ‘self production’. Maar wat betekenen deze termen nou daadwerkelijk? Is het slechts marketing en plaatsen we cradle to cradle in een nieuw jasje of is duurzaam ondernemen echt iets om na te streven? In deze blog post zal ik kort ingaan op het begrip duurzaam ondernemen en de daarmee samenhangende begrippen. Tot slot geef ik een voorbeeld van fiscaal aantrekkelijk duurzaam ondernemen, zodat duidelijk is wat duurzaam ondernemen is en je zelf kan bepalen wat duurzaam ondernemen voor jou als (startende) ondernemer kan betekenen.

Wat is duurzaam en waarom?

Bij duurzaam denken we vaak aan volhoudbaarheid en circulariteit. Dit betekent dat je het product of de dienst kunt blijven (her)gebruiken. Hierbij moet men ook denken aan het reduceren van de materialiteit (bijvoorbeeld minder plastic gebruiken), design optimalisatie en recycling. Maar wat zijn de drijfveren voor het duurzaam denken? In puur economisch opzicht zou het kunnen zorgen voor kostenbesparingen voor de onderneming, maar veelal genoemde sociale argumenten zijn de uitdunning van natuurlijke hulpbronnen, vervuiling van onze planeet en de toenemende bevolkingsgroei. Je moet je echter zelf afvragen wat duurzaam ondernemen voor jou inhoudt aangezien er nog veel meer voor en tegen argumenten zijn.

Enkele duurzame trends

In Nederland is er sprake van snelgroeiende aandacht voor de circulaire economie. Circulaire economie wordt vaak gezien als het vervolg op de cradle to cradle ontwikkeling uit 2000 en houdt in dat men de herbruikbaarheid van grondstoffen moet maximaliseren en de waarde vernietiging moet minimaliseren. Op deze manier ontstaat er een kringloop in plaats van de huidige lineaire economie waar we enkel van grondstof naar product en tot slot afval gaan. De bio-based economy speelt hierbij een belangrijke rol en stelt dat we eindige grondstoffen als olie en erts moeten vervangen voor recyclebare biologische grondstoffen die weer opnieuw de kringloop in kunnen.

Een andere trend is de functionele economie. Het gaat niet meer om het bezit van een product, maar om de functie van het product. Is het daadwerkelijk belangrijk om een auto te bezitten, wanneer je de auto enkel gebruikt voor de functie, namelijk het transport van A naar B? Een belangrijke trend die hiermee samenhangt is de sharing economie, oftewel de deeleconomie. Veel producten, zoals een auto bijvoorbeeld, staan vaker stil dan ze gebruikt worden. Dit is inefficiënt en daarom stelt de deeleconomie dat het beter is om een product te delen dan dat iedereen zelf het product koopt. De community is hier een essentieel onderdeel van. Door het creëren van een community gaan mensen beter samenwerken en zou uiteindelijk iedereen beter af moeten zijn.

Duurzaam voorbeeld

Onlangs heb ik een interview gehad met Reflow filament, een start up die daadwerkelijk een duurzaam business model handhaaft. Reflow filament is een start up die 3d printer filament (de cartridge voor 3d printers) maakt van gerecycled PET-plastic. Zij proberen hiermee onder andere vervuiling tegen te gaan en mensen duidelijk te maken dat veel plastic afval nog prima te gebruiken is. Hierdoor hoeven er minder zogenoemde ‘virgin resources’ (nieuwe grondstoffen) gebruikt te worden.

Tevens probeert Reflow zoveel mogelijk lokaal te produceren en verkopen. De eerste productiefaciliteit bevond zich bijvoorbeeld in Tanzania en wordt voornamelijk draaiende gehouden door de lokale bevolking tegen eerlijke lonen. Ook zijn alle productiemachines ‘open source’. Dit betekent dat het voor iedereen in de wereld mogelijk is om een eigen productiefaciliteit op te zetten aan de hand van bestaande bouwtekeningen. Hiermee proberen zij een community te creëren en 3d printers toegankelijk te maken. Reflow stimuleert dus duidelijk de self production economy. Dit houdt in dat men steeds meer zelf kan produceren en dus zelfstandiger kan zijn. Zij gaven daar een goed voorbeeld van aan de hand van een ziekenhuis in Afrika dat voor operaties erg afhankelijk was van simpele plastic klemmetjes. Deze moesten iedere keer weggegooid worden en werden enkel geleverd door dure westerse farmaceutische bedrijven. Door het plaatsen van 3d printers in dit ziekenhuis konden zij aanzienlijk besparen op kosten, maar waren ze voornamelijk minder afhankelijk van het buitenland.

Wat betekent het in de praktijk voor jouw onderneming?

In het voorbeeld hierboven zie je verschillende elementen van het duurzaam ondernemen terugkomen, zoals circulariteit, sharing/community en self production, maar ik hoor je het al zeggen: “dit is allemaal leuk en aardig, maar wat betekent het voor mij?’’. Ten eerste moet gezegd worden dat duurzaam ondernemen vaak een proces is en niet plots tot stand komt. Verder moet je jezelf afvragen of het aansluit bij jouw gedachtegoed en nog belangrijker, of jouw product/dienst hierbij aansluit. Er is dus geen makkelijk antwoord te geven op deze vraag en daarom adviseer ik iedereen die geïnteresseerd is in duurzaam ondernemen om verder in te gaan op het grote aanbod van materie rondom dit onderwerp. Zie: https://www.nieuwebusinessmodellen.nl/

Aangezien dit voor veel mensen geen bevredigend antwoord is, zal ik tot slot ingaan op de vraag wat duurzaam ondernemen fiscaal voor je onderneming kan betekenen door te kijken naar de MIA en de KIA. De MIA (milieu-investeringsaftrek) is een subsidie op milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Hiermee kun je tot 36 procent van het geïnvesteerde bedrag in mindering brengen op je winst en kun je via de VAMIL (willekeurige afschrijvingen voor milieu-investeringen) sneller afschrijven. Tevens kunnen ondernemers gebruik maken van de KIA (kleinschaligheidsinvesteringsaftrek). Ook hiermee mag je een deel van je investering in mindering brengen van je winst. Op de site van de rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) vind je de milieulijst van 2017 met bedrijfsmiddelen die onder de MIA vallen.

In dit geval ga ik in op het thema circulaire economie en 3d printers in het kader van het eerdergenoemde duurzame voorbeeld. In dit thema valt onder het kopje F1110 productieapparatuur voor bioplastics of voor het maken van producten van bioplastics. Wanneer je een 3d printer in de onderneming gebruikt met bioplastics als PLA en gerecycled PET kun je gebruik maken van de MIA onder F1110 indien het minimum geïnvesteerde bedrag 2500 euro bedraagt.

Hieronder staat de legenda van de milieulijst en de bijbehorende percentages aan de hand van de categorie waar de investering onder valt.

Rekenvoorbeeld: Je koopt een nieuwe Ultimaker 3d-printer voor 3629,95 euro inclusief btw. Je trekt de btw af en komt vervolgens uit op 2995 euro exclusief btw. Aangezien de 3d printer in categorie f valt van de MIA mogen we 36 procent van de 2995 euro van onze winst aftrekken. Dit is €1078,20. Tevens mogen we door middel van de VAMIL tot 75% afschrijven en hierdoor de fiscale winst verder verminderen. Naast de MIA kunnen we ook nog gebruik maken van de KIA. Voor de KIA geldt een minimum investering van €2300 en mogen we in dit geval gebruik maken van 28 procent aftrek. 28 procent van €2995 is €838,60. De totale aftrek van de MIA en de KIA bedraagt hiermee €1916,80. Dit betekent dat je dus bijna twee derde van deze duurzame investering van je winst mag aftrekken.

Afhankelijk van het voor jou geldende belastingtarief kan een duurzame investering daarmee fiscaal zeer interessant zijn. Hopelijk kun je aan de hand van deze informatie voor jezelf nagaan of duurzaam ondernemen iets voor jou is. We helpen je graag indien je nog vragen hebt rondom dit onderwerp.

 

*Het gebruik van deze informatie is op eigen risico en er zijn geen rechten aan te ontlenen. De percentages en voorbeelden gelden op het moment van het schrijven van dit artikel en zijn aan verandering onderhevig. Informeer dus altijd of de genoemde informatie ook betrekking heeft op uw situatie.

Milieulijst RVO

Belastingdienst MIA

Belastingdienst KIA